|
Een wijsheid om te
onthouden: schoonheid door olijfolie
Olijfolie is een
bron van schoonheid
Olijfbomen worden als sinds mensenheugenis door mensen verbouwd. Men
denkt dat de boom oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië komt, en van daaruit is
verspreid naar Egypte, Griekenland en de Griekse eilanden, en ten slotte naar
Zuid-Italië en Sicilië.
Wij weten dat de
Griekse koloniën van Magna Grecia werden gesticht tussen het einde van de
achtste eeuw v.C. en het begin van de zevende eeuw v.C., wat betekent dat de
verbouw van olijfbomen in Italië waarschijnlijk van deze periode dateert.
Bovendien werd er door Fenicische zeevaarders gehandeld in olijfolie, dat
“vloeibaar goud” werd genoemd.
De Etrusken en
Umbriërs hielden zich al in de zesde eeuw v.C. bezig met het kweken van
olijfbomen (de gecultiveerde olijfboom). De Etrusken waren gretige consumenten
van olijven, zoals wij kunnen afleiden van de stenen die gevonden zijn.
Archeologische vondsten zoals kleine kruiken en flesjes wijzen er echter op dat
zij de olie ook gebruikten voor het maken van cosmetica
Er bestaan
verschillende legendes over de oorsprong en verspreiding van de olijfboom. Eén
van de bekendste legendes is die over de strijd tussen Poseidon en Athena om
het bezit van de Akropolis. Zeus maakte een eind aan de strijd door te
beslissen dat degene die iets nuttigs aan de mensheid zou geven, de winnaar zou
zijn. De godin zegevierde: zij liet de eerste olijfboom ontspruiten. Een andere
legende vertelt dat de herder Aristeo op zijn reizen door Thessalië, Arcadia,
Sicilië en Sardinië de bevolking van dit Mediterrane gebied de geheimen over het kweken van
deze boom onthulde.
Al sinds de oudheid wordt olijfolie niet alleen gebruikt als
voedingsmiddel, maar ook als geneesmiddel, bijvoorbeeld om wonden te verzachten
of te desinfecteren, en zelfs nog vaker als schoonheidsmiddel: om parfums,
crèmes, zalven en balsems te bereiden, om de huid te verzachten, en om het
lichaam te masseren, te verfrissen en mee in te smeren.
De geschiedenis van
het gebruik van olijfolie voor de bereiding van cosmetica gaat duizenden jaren
terug. De Egyptenaren, die het als een geschenk van de goden beschouwden,
gebruikten het om antirimpelcrème te maken. Zij mengden het met melk,
jeneverbessen, was en wierookkorrels en smeerden dit mengsel op de huid om haar
mooier, zachter en frisser te maken.
In Griekenland
gebruikte men olijfolie voor lichaamsverzorging, hygiënische verzorging en
lichaamsmassage. In zijn gedichten de Ilias en de Odyssee schreef Homerus niet
alleen over de olijfboom en zijn vruchten, maar ook over de toepassingen van
olijfolie; bijvoorbeeld als Helena verhalen aan Odysseus vertelt, terwijl ze
hem wast en insmeert met olie of als Odysseus aan de Phaiaken vertelt hoe Circe
hem waste en rijkelijk met olie insmeerde om zijn vermoeidheid te verdrijven.
Atleten wreven hun
lichaam in met olijfolie om hun spieren op te warmen of te voorkomen dat hun
tegenstanders zich vast konden pakken. Denk ook aan de Apoxymenos (een jongeman
die zijn lichaam schoon schraapt); het beroemde standbeeld van Lysippos dat een
atleet voorstelt die het zweet van zijn lichaam haalt na de wedstrijd.
Ook in Rome werd
olijfolie gebruikt als basisgrondstof in zowel voedingsmiddelen als in
cosmetica. De Romeinen verplichtten de door hen onderworpen volkeren een
jaarlijkse belasting te betalen in de vorm van olijfolie. Zij verbeterden de
conserveringsmethoden en maakten nieuwe instrumenten voor het persen, die
ervoor zorgden dat de olijfpitten niet stuk gingen tijdens het persen.
In zijn
Georgica (II regel 86) beschreef Vergilius al verschillende soorten olijven:
“orchades et radii et amara pausia baca..”, “die ovale, lange pausia met de
enigzins bittere vrucht ..”. Horatius prijst in een van zijn satires de
uitstekende olijfolie van Venafro, en Cato, Columella en Gaius Plinius de
Tweede roemen de verschillende kwaliteiten van deze boom. Tijdens de periode van
het Romeinse Keizerrijk werd de Umbrische olijfolie die naar Rome werd gezonden
vanuit "de haven van de olijfolie” Otricoli, een stad in Zuid-Umbrië, alom
geprezen.
Olijfolie werd in de
Romeinse keuken gebruikt als dressing voor verschillende gerechten, als
ingrediënt van heerlijke recepten en ook om de olijven in te bewaren die
gewoonlijk aan het begin van de maaltijd werden gegeten. Olijfolie speelde ook
een belangrijke rol bij de bereiding van cosmetica: het vormde de basis voor
parfums, zalven, en, zoals Ovidius schrijft, voor ontharingscrèmes voor
vrouwen. Het was, samen met de essences van rozen, nardus en jasmijn, een
onvervangbaar ingrediënt voor massageolie. Daarnaast werd het gebruikt om de
tanden wit te houden en het lichaam te reinigen: tijdens langdurige
schoonmaaksessies werd de huid ingesmeerd met olie en zand en dat werd er met
een speciaal instrument (strigil) weer afgeschraapt.
De Romeinen hadden in die
tijd nog geen zeep. Men zegt dat dit door Julius Caesar mee naar Rome werd
genomen na de verovering van Gallië. De oorspronkelijke formule met vet en as
werd later vervangen door die met olijfolie. Dit werd ongetwijfeld bevorderd
door de aanwezigheid van olijfbomen en natuurlijke soda in het gehele
Mediterrane gebied. In de Metamorphosis van Apuleius werden reinigingsmiddelen
echter nog gemaakt met water en olie: "…vapore recreati calidaque perfusi
et oleo peruncti…" (IV, 7)
Deze ervaringen uit
de oudheid zouden op zich al voldoende moeten zijn om ons ervan te overtuigen
dat olijfolie niet alleen moet worden gebruikt voor de bereiding van voedsel,
maar ook voor de bereiding van cosmetica. Mocht dit nog niet voldoende zijn,
dan kunnen wij nog noemen dat de resultaten van recent uitgevoerde, diepgaande
onderzoeken aansluiten bij deze aloude kennis.
Er wordt tegenwoordig veel
belang gehecht aan het gebruik van natuurlijke cosmeticaproducten. Ze worden
door populaire schoonheidssalons toegepast in hun uitgebreide programma’s:
massages en complete behandelingen voor lichaam, haar en nagels worden allemaal
uitgevoerd met behulp van olijfolie.
De zuurgraad van
olijfolie is vergelijkbaar met die van de huid en dit oude product is daarom
ook ideaal om hem te verzachten en te versoepelen. De verzachtende en
beschermende kwaliteiten maken olijfolie tot een goede bondgenoot van de huid
in de strijd tegen de vrije radicalen, die de hoofdoorzaak van veroudering
vormen.
Olijfolie is een
uitstekend verzorgingsproduct voor na het douchen of baden; het revitaliseert
de door het harde, kalkrijke water uitgedroogde huid en maakt hem zacht en
glanzend. Tijdens het zonnebaden in de zomer mag het zeker niet ontbreken; het
zorgt voor een mooie, bruine teint en is daarnaast een voortreffelijke after
sun lotion. Recente onderzoeken hebben zelfs aangetoond dat het ultraviolette
straling doorlaat, maar de huid dankzij zijn antioxiderende eigenschappen
beschermt tegen de schadelijke effecten ervan.
Olivella producten,
gemaakt van 100% olijfolie, hebben alle goede eigenschappen van olijfolie, maar
zijn door de speciale formule gemakkelijker in gebruik. Eigenlijk zouden zepen
en crèmes op basis van olijfolie een vast onderdeel moeten vormen van het dieet
voor onze huid, zoals olijfolie een vast onderdeel vormt van het zo populaire
Mediterrane dieet.
De oude wijsheid "olijfolie = een bron van schoonheid" voor
lichaam en gezicht kan door middel van de Olivella-producten op een praktische
manier worden toegepast. |